Frans Jansen kanweg


interview met

Frans Jansen

Terugblik op een onderwijscarrière

We spreken met Frans Jansen. Frans is nu 94 jaar en ging in 1990 met de VUT. Als geboren Amsterdammer is na het voormalige dagblad de Tîjd het dagblad Trouw nog steeds zijn lijfblad. Hij prijst zich gelukkig met zijn 4 dochters en schoonzonen, zijn 8 kleinkinderen en het net geboren achterkleinkind. Frans koestert die hechte familieband.
Hij werkte 25 jaar bij OCW en voor die tijd 10 jaar voor het RK  Centraal Bureau voor onderwijs en opvoeding. Als we hem bellen voor een afspraak vraagt hij zich af of hij nog wel wat interessants te vertellen heeft over zijn OCW tijd: ‘ik ben al zolang weg’. We stellen hem gerust. Herinneringen ophalen en uitwisselen doen leden van een seniorenvereniging graag.

 Hoe kom je bij het onderwijs terecht?
 Frans vertelt. Zijn vader was inspecteur bij de Amsterdamse verkeerspolitie. Zijn promotiekansen als katholiek bleken in Maastricht groter dan in Amsterdam, en zo vertrok het gezin Jansen in 1938 naar de hoofdstad van Limburg.
Zijn vader speelt een sleutelrol bij de loopbaanstart van Frans. Frans studeerde na de oorlog rechten in Nijmegen. Na zijn afstuderen keert hij terug naar Maastricht, op zoek naar werk. Een goede vriend blijkt net zijn baan bij de Nederlandse Handels Maatschappij in Maastricht te verruilen voor een baan in Rotterdam. Of zijn oude baan niet wat voor Frans is? Frans solliciteert en wordt aangenomen. Als hij thuis komt is de postbode net geweest. In reactie op eerdere schriftelijke sollicitaties is er nu antwoord. Hij is welkom bij de bond van besturen van katholieke nijverheidsscholen in Den Haag. Mosterd na de maaltijd, want hij is net aangenomen bij de handelsmaatschappij. Mooi niet, zegt zijn vader. In Den Haag liggen veel meer carrièrekansen dan hier in Maastricht. ‘Ga je ontslag maar aanbieden’. En dat doet Frans. De directeur van de handelsmaatschappij  reageert kortaf:  ‘Het is beter dat je nu meteen verdwijnt!’.

Het bureau voor het katholiek onderwijs
Aan de slag voor het nijverheidsonderwijs, eerst als adjunct-secretaris, maar al snel secretaris. En hij valt voor de cheffin van de typekamer, Nel. Inmiddels zijn ze 68 jaar getrouwd. Helaas het laatste jaar niet meer samen. Door alzheimer en afasie moest Nel verkassen naar het verzorgingstehuis. Dat ligt gelukkig tegenover hun appartement. Frans maakt bijna dagelijks de oversteek, en hij betreurt het zeer dat hij niet in aanmerking kan komen voor de aanleunwoning van en woonruimte in het tehuis: samen onder één dak is hen jammer genoeg niet gegund.
Terug naar het centraal bureau: voor het behartigen van de belangen van het nijverheidsonderwijs werd het bureau versterkt met nieuw collega’s. Twee hiervan treft hij ook later in zijn loopbaan, als collega’s bij OCW: Ria van Jaarsveld en Wim Weekenborg.

 OCW
Juli 1965 maakt Frans de overstap naar het departement. Vanuit het bureau had hij al veel contacten met de hoofdafdeling nijverheidsonderwijs. Hij werd staffunctionaris bij de heren de Vries en Dollekamp, hoofd en plv hoofd. Ook in die tijd werd er al stevig gereorganiseerd. Zo werd de hoofdafdeling gesplitst in een directie voor technisch beroepsonderwijs (TBO) en een directie voor het overig beroepsonderwijs en het vormingswerk.(BVO). Frans mocht kiezen, en ging voor het ‘zachtere’ beroepsonderwijs. Eerst als chef van de afdeling huishoud- en nijverheidsonderwijs, later, na afsplitsing van het hbo, plaatsvervangend directeur VO/LMBO, weer later VO/LMB en VO/BO. In die functie was hij het bijzonder belast met bestuurlijke en onderwijskundige zaken van het middelbaar beroepsonderwijs. Het ijveren voor een gelijkwaardige zwaarte van  en waardering voor de beroepsopleidingen, die veelal door meisjes uit sociaal zwakkere milieus worden gevolgd te weten het middelbaar huishoud- en nijverheidsonderwijs (MHNO) en  het middelbaar sociaalpedagogisch onderwijs (MSPO), werd zijn missie. Dit -  en de resultaten die dit opleverde -  markeert Frans als de meest memorabele fase van zijn loopbaan. De herstructurering  met name de bundeling van ruim dertig smalle, functiegerichte vakopleidingen tot tien robuustere brede beroepsopleidingen (voor de ingewijden: het middelbaar dienstverlenings-en gezondheidszorgonderwijs MDGO) was echt winst, zo memoreert Frans. Het voorzitterschap van de departementale werkgroep herstructurering droeg directeur VO/LMB Wim Weekenborg bij zijn VUT-vertrek over aan Frans.
Hij sluit zijn loopbaan bij OCW af als adviseur beroepsonderwijs van de directie BVE. Hij behartigt o.a. de samenwerking met Duitsland (‘gemischte Arbeitsgruppe’) en Vlaanderen. In 1990 gaat hij met pré-pensioen (VUT).

 Met pensioen
Natuurlijk bleef hij de ontwikkelingen in het beroepsonderwijs volgen. Van SVM-operatie tot ROC-vorming. De schaalvergroting die met de ROC-vorming plaats vond baarde hem zorgen. Beroepsonderwijs is gebaat bij lokale betrokkenheid van het bedrijfsleven (stageplaatsen, vakinhoudelijke wensen) en de ouders. En het geld leek te verdwijnen in megalomaan grote bouwprojecten en managementstructuren. Toen minister Bussemakers deze knelpunten signaleerde heeft Frans haar met een ingezonden brief in Trouw een hart onder de riem gestoken. Het deed hem goed de afgelopen jaren te zien hoe minister Dijkgraaf zich voor het beroepsonderwijs inzette.
Frans volgde niet alleen het Haagse gebeuren, maar werd bestuurder van het voortgezet onderwijs in Voorburg en Leidschendam, om via besturenfusies tot de Spinoza Scholengroepgroep te komen. Samen met Rob Bekker maakte hij jarenlang deel uit van de redactie van de katernen Schuurman en Jordens. Ze zijn er begin van dit millennium mee gestopt: ‘je raakt toch uit het onderwijscircuit, en de losbladige katernen werd een gedigitaliseerd aanbod. Het is mooi geweest.’

 Seniorenvereniging
Tot een aantal jaar geleden kon hij nog deelnemen aan de verenigingsactiviteiten. De jaren komen met beperkingen. bij Frans zit dat in zijn mobiliteit. Zoals de interviewers merken is zijn kop nog altijd scherp! Hoe zeer hij Nel om zich heen mist, hij redt zich goed, met steun van thuiszorg en zijn dochters. Wat hem als verenigingsactiviteit nog goed voor de geest staat is de reis naar Praag. Daar werden onder leiding van voorzitter Weekenborg (de oude!) ook scholen bezocht. Dat was mooi, maar hij snapt ook dat het niet mee van deze tijd is. Reizen naar het buitenland is nu niets bijzonders meer. Hij volgt de verenigingsactiviteiten via de verslagen op de website. Op de foto’s zoekt hij naar bekende gezichten. Ze zijn er nog wel, maar het worden er wel minder. Maar ja, dat hoort erbij, als je zo oud wordt.